Selecteer een pagina

De vraag van Bruno Bruins aan Sebastiaan Nederhoed

De vraag van… Bruno Bruins, de nieuwe minister van VWS
Aan… Sebastiaan Nederhoed, clustercoördinator bij de Haagse Sporttuin Schilderswijk

De vraag
Beste Sebastiaan,
Je bent gymleraar op een basisschool geweest en bent nu clustercoördinator bij de Haagse Sporttuin Schilderswijk. Een sporttuin klinkt heel leuk, en dat is het volgens mij ook, want bijna alle sporten die er zijn, kunnen op de velden bij jou in de Haagse Schilderswijk gedaan worden. En nog mooier is dat in de Haagse Sporttuinen niet alleen verschillende sporten samenkomen, in de organisatie zitten ook verschillende basisscholen, en sociaal-maatschappelijke instellingen. Met elkaar zorgen jullie ervoor dat ruim duizend Hageneesjes hier kunnen sporten. Sebastiaan, de Haagse Sporttuin klinkt natuurlijk al als een succesverhaal, maar ook succes kan altijd beter. Hoe kunnen het bedrijfsleven en overheden jou helpen om nog meer kinderen lol in het sporten te laten beleven, zodat ze niet af en toe, maar hier elke week te vinden zijn?

Het antwoord
Geachte Minister, beste Bruno,

Hartelijk dank voor uw vraag. Ik heb begrepen dat u bij de presentatie van de gemeente Den Haag, vanwege het bezoek van de jury van ACES Europe, aanwezig was. De presentatie van de stad Den Haag om de felbegeerde titel ‘European Capital of Sports 2021’ in de wacht te slepen bevatte voor een deel good practices vanuit de stad. Diezelfde jury had eerder die ochtend de Haagse Schilderswijk bezocht waar 163 kinderen van vijf verschillende scholen deelnamen aan tien verschillende sporten. Ongetwijfeld voor de jury een genot om naar te kijken.

“Anno 2017 zijn er drie Sporttuinen gerealiseerd, is een vierde in ontwikkeling en wordt al nagedacht over nog meer uitbreiding”

Het concept ‘Haagse Sporttuin’ is veertien jaar geleden ontstaan vanuit een behoefte. De toenmalige gymmeester van basisschool Het Startpunt wilde graag buiten gymmen. Dit kon – vanwege de problematiek met overlast gevende hangjongeren en criminaliteit in de wijk – niet zonder problemen op het openbare pleintje vlakbij de school. Een braakliggende oude ‘schooltuin’ achter de school bood uitkomst. Met medewerking van wethouders, gemeentelijke sportambtenaren en veel extra inzet van schooldirectie en schoolbestuur werd door de samenwerkende gymdocenten van omringende scholen een waar sportparadijs gerealiseerd. Anno 2017 zijn er drie Sporttuinen gerealiseerd, is een vierde in ontwikkeling en wordt al nagedacht over nog meer uitbreiding.

In Den Haag zijn meerdere samenwerkingsverbanden van dichtbij elkaar liggende scholen, we noemen dit clusters. De samenwerkingsverbanden zijn gericht op Buurt Onderwijs en Sport. De Sporttuin is zo’n cluster van scholen, de regie ervan ligt bij de school die er het dichtste bij ligt. Als clustercoördinator loop ik zelf dagelijks door de Sporttuin, ken veel van de sportende kinderen en ik heb veel contact met de gymleerkrachten, de trainers, de beheerder, de kinderen en de ouders.

“De afgesloten omgeving, met professionele trainers en een beheerder die toezicht houdt, biedt voor ouders de kans om hun kind meerdere keren per week, structureel, dichtbij huis, veilig te laten sporten”

De gymleerkrachten binnen zo’n cluster hebben extra schoolsportcoördinatoren op hun eigen school. Ze zijn verantwoordelijk voor het motiveren, inschrijven en controleren van hun leerlingen. Tevens loopt er elke dag één van die gymleerkrachten in de Sporttuin rond voor de pedagogisch/didactische zaken. Zij spreken zowel kinderen als ouders aan en zij hanteren het ‘train de trainer’-principe. De afgesloten omgeving, met professionele trainers en een beheerder die toezicht houdt, biedt voor ouders de kans om hun kind meerdere keren per week, structureel, dichtbij huis, veilig te laten sporten.

Sport en bewegen in Den Haag
De gemeente Den Haag investeert zichtbaar in schoolsport. Elke basisschool heeft een eigen gymleerkracht die alle kinderen minimaal twee keer per week gymles geeft. Kinderen geven vaak aan dat ze gym het leukste vak vinden. De gymleerkracht is vanuit een eigen passie voor sport de aangewezen persoon om kinderen te motiveren en te stimuleren op ‘naschoolse’ sport te gaan of lid te worden van een sportclub.

De stelling dat alle kinderen na schooltijd ook nog aan naschoolse sport doen of lid zijn van een sportvereniging blijkt helaas niet te kloppen. Maar wat doen ze dan wél en hoe komen we daarachter? De kinderen die niet opvallen tijdens de gymles zijn juist de kids waarvan we willen weten wat ze doen in hun vrije tijd. Maar hoe bereiken we hen? Welke sport moeten we aanbieden zodat ze wel naar de naschoolse sport komen? Of wat moet er gebeuren voordat ze van de bank afkomen en lid worden van een sportvereniging in de buurt. Tot slot, misschien zitten ze helemaal niet op de bank, maar gaan ze drie keer per week op de fiets naar vioolles… en is dat dan sport of bewegen?

“Het begint in de eigen gymzaal van de school met de eigen gymleerkracht die met passie voor de groep staat en de leerlingen, ieder op het eigen niveau, wil laten excelleren”

U vraagt mij hoe overheden en het bedrijfsleven kunnen helpen om kinderen nog meer lol in het sporten te laten beleven. Het doel van plezier hebben in sport op jonge leeftijd is dat kinderen worden voorbereid op een leven lang sporten. De basisschool is dé plek waar het moet gebeuren. Alle kinderen zitten op school, een derde deel van de dag brengen de kinderen door bij ons. Het begint dus in de eigen gymzaal van de school met de eigen gymleerkracht die met passie voor de groep staat en de leerlingen, ieder op het eigen niveau, wil laten excelleren.

De gymleerkracht is hoofdverantwoordelijke binnen een school als het gaat om sport en gezondheid. Sport is het middel om zaken als gezonde voeding, signaleren van gewichtsproblemen, aanleren van sociale vaardigheden en het doorverwijzen naar sportclubs. Zelfs het betrekken van ouders en hen informatie geven over de mogelijkheden voor hun kind hoort naar mijn mening, bij het takenpakket van de gymleerkracht.

Waar liggen de behoeftes?
Op dit moment loopt een pilot van twee samenwerkende clusters, (SCOOL in de wijk Laak en de Sporttuin Schilderswijk) om een 0-meting te maken en af te nemen bij circa 1500 kinderen. Hiermee willen we in kaart te brengen wat de sportdeelname en sportbehoefte van ‘onze’ leerlingen is. Dit wiel uitvinden is zeer tijdrovend; wat zijn de vragen die voor beide clusters interessant zijn? Hoe stel je de vragen op de juiste manier? Hoe kan het onderzoek zo interessant worden dat het uiteindelijk door alle Haagse scholen uitgevoerd kan worden?

“In deze wijken is het van essentieel belang dat de sportprofessional de motivator is om elk kind op zijn of haar eigen niveau te laten ontdekken welke sport bij hem/haar past”

Wij vinden de uitkomst van deze 0-meting essentieel om onze leerlingen een passend aanbod te kunnen doen. Sportstimulering werkt pas stimulerend als de gymleerkracht het leuk weet te brengen voor elk kind. Natuurlijk zijn er binnen een klas verschillen in niveau, maar uitvallen doordat je niet over de bok kan is niet meer van deze tijd. Op basis van de behoefte van de kinderen kan de gymleerkracht keuzes maken voor het curriculum op school. Ook kunnen de juiste trainers voor de naschoolse sport gekozen worden of kan er nagedacht worden over een wisseling van samenwerkingspartners. De buurtsportcoaches zijn werkzaam in wijken waar kinderen niet automatisch lid worden van de lacrossevereniging of op hockey gaan. In deze wijken is het van essentieel belang dat de sportprofessional de motivator is om elk kind op zijn of haar eigen niveau te laten ontdekken welke sport bij hem/haar past.

0-meting niet alleen interessant voor de gymleerkracht.
Natuurlijk denken we groter. Als de 0-meting zo gemaakt wordt dat appels met appels en peren met peren te vergelijken zijn, dan zou dat best weleens inzicht kunnen geven in de besteding van huidige subsidiestromen.

Uit onderzoek blijkt dat in sport geïnvesteerde euro’s zich dubbel en dwars terugverdienen, al is het maar in de zorgkosten op latere leeftijd, of het tegengaan van vandalisme doordat we de jeugd een interessantere optie voor vrijetijdsbesteding meegeven. De geanalyseerde data zijn dan ook zeer interessant voor zowel de subsidieverstrekkers, voor schoolbesturen, voor de werkgevers van de buurtsportcoaches en voor de sportverenigingen.

“Het bedrijfsleven kan aan de slag om op een juiste manier data te verzamelen, rekening houdend met de wens van de vakleerkrachten, de privacywetgeving en de wensen van de lokale overheid”

Ik denk dat het erkennen van het nut van dit soort ‘buttom up-onderzoek’ geïnitieerd vanaf de werkvloer een belangrijke stap zou zijn die overheden kunnen maken. Als de neuzen van beleidsmedewerkers, schoolbesturen en de ‘poppetjes’ op de werkvloer dezelfde kant op staan, zal door het waarderen en gebruiken van elkaars kennis, het financieren van onderzoek geen issue meer zijn. Het bedrijfsleven kan dan aan de slag om op een juiste manier (software?) data te verzamelen, rekening houdend met de wens van de vakleerkrachten, de privacywetgeving en de wensen van de lokale overheid. De analyse wordt netjes samengevat in cijfers en mooie grafieken voor de verantwoordelijke beleidsmedewerkers en eventueel zelfs voor u als minister.

Tevens gaan de fanatieke gymleerkrachten op de werkvloer met de uitkomsten van zo’n onderzoek aan de slag om gave sporten aan te bieden, die voor elk kind bijdragen aan een leven lang, gezond en met veel plezier sporten.

Een droom.
‘Schaatstalent wint de 500 meter sprint in Thialf’, ‘Zeilkanjer vertegenwoordigd Nederland tijdens Olympische Spelen’ en ‘Nieuw beachvolleybalduo verovert titel’. Drie vormen van sport waar leerlingen uit de Schilderswijk nooit op zullen gaan excelleren, domweg omdat er geen ijs ligt in de Sporttuin, er geen zeilwater om de hoek ligt en geen veld permanent vol ligt met zand.

Niet permanent, wel als er mooie sportevenementen zijn in Nederland. De kracht van fanatieke, lichtelijk gestoorde vakidioten ligt in het ‘out of the box’-denken. De sportambtenaren van Den Haag weten ondertussen dat de Sporttuin graag mee werkt aan sportstimulering in de breedste zin van het woord. In de tijd van het WK Beachvolleybal lag er dan ook 140 kubieke meter zand in de Sporttuin waarop gedurende een half jaar – naast beachvolleybal – ook beachkorfbal, beachtennis, beachrugby en beachhandbal werd gespeeld.

Hoe mooi zou het zijn als de grote sponsors achter de Volvo Ocean Race rond de aankomst van deze race volgend jaar in de haven van Scheveningen een tijdelijk zwembad aanleggen in de Schilderswijk. Het programma ‘Optimist on Tour’ vindt dan voor veertien scholen (drieduizend basisschoolleerlingen!) uit de Schilderswijk plaats in hun eigen zwembad midden in de wijk.

“De balans tussen breedtesport en topsport wordt goed in de gaten gehouden, maar zoals u zegt…, succes kan altijd beter”

Het verharde veld dat we in de Sporttuin hebben is zo aangelegd dat – als het vriest – het vol met water gezet kan worden zodat een ijsbaan ontstaat. Maar wanneer vriest het nog daadwerkelijk een aantal dagen achter elkaar? Onder het genot van een kop warme chocolademelk bij het haardvuur heb ik weleens zitten dromen over een op zonne-energie werkende installatie, met een buizensysteem zoals bij Flevonice. Die installatie zou in een koude wintermaand de ijsvloer een aantal weken onder nul graden kunnen houden. Hoeveel extra bezoekers aan de Sporttuin zou dat op leveren? Hoeveel extra beweegmomenten voor de bewoners van de Schilderswijk? En hoeveel potentiele schaatstalenten kunnen dan ontdekt worden? De bedrijven uit de schaatswereld zijn bij deze van harte uitgenodigd om mij te vertellen dat dit een onmogelijk idee is, of juist om mee te gaan in dit enthousiaste plan en dit deze winter te realiseren.

The sky is the limit, ideeën genoeg! Tot die tijd zijn we blij met alle prachtige initiatieven die Den Haag rijk is. De balans tussen breedtesport en topsport wordt goed in de gaten gehouden, maar zoals u zegt…, succes kan altijd beter. Tenslotte is elke topsporter ooit gestart met breedtesport!

Volgende keer het antwoord op de vraag van Sebastiaan Nederhoed aan Rob Smit, bewegingsconsulent voor stichting De Haagse Scholen:
Hoi Rob,

In je werk als bewegingsconsulent voor stichting De Haagse Scholen ben je verantwoordelijk voor de kwaliteit van het bewegingsonderwijs op de 52 primair openbaar onderwijs scholen in Den Haag.
De stad Den Haag verschilt nogal per wijk en zelfs scholen die in dezelfde straat liggen zijn, ten opzichte van elkaar, op andere manieren met bewegingsonderwijs bezig.
In Den Haag zijn we verwend met een vakleerkracht op elke basisschool, dit is lang niet overal in Nederland het geval. Hoe zorg jij vanuit jouw functie dat de kwaliteit en kwantiteit van de gymlessen van al die 52 openbare basisscholen aan bepaalde basisvoorwaarden voldoet en wat is er volgens jou nodig om kinderen nog beter en meer te motiveren hun hele leven lang te sporten?